Het voormalige vliegveld Ubbena

Publicatie: Beroemde Sieb maakt bij Veenwouden noodlanding

 

In de afgelopen 111 jaar zijn er al meerdere onderzoeken en publicaties geweest rond het vliegveld in Ubbena, de aanwezige vliegtuigen en de betrokken (aspirant-)aviateurs.

 

Publicatie: Beroemde Sieb maakt bij Veenwouden noodlanding

Datum: 19 juli 1961.

Bron: Leeuwarder courant.

Vandaag vijftig jaar geleden

Beroemde Sieb maakt bij Veenwouden noodlanding

Vandaag precies vijftig jaar geleden werd Veenwouden verrassend boven alle andere Nederlandse dorpen uitgetild en neergezet in het aviatisch nieuws, waarvoor in die prille jaren van Europa's dare-devil-luchtvaart de kranten hun kolommen wijd open zetten. Op dinsdagavond dertien minuten over acht maakte de gevierde Groninger aviateur Sieb Koning, fameus schaatsenrijder en luchtheld, een ten dele geslaagde noodlanding in een weiland en zoog honderden naar de plek des onheils. Veenwouden stond tot diep in de nacht op zijn kop en het enthousiasme werd door menigeen met vele borrels en luid gezang onderstreept. Deze week heeft de 86-jarige heer B. Steensma ons aangewezen waar Sieb met zijn aéroplane in een greppel dook. Daar was het, zei hij. En hij kan het weten, want hij was er het eerste bij.

De propeller van de Goupy aan de balken van café Plantinga. (Red. bijschrift foto)

Sieb Koning als aviateur. Na de eerste wereldoorlog heeft hij zich in Frankrijk gevestigd. Zijn loopbaan daar konden we bij gebrek aan gegevens niet nagaan. (Red. bijschrift foto)

B. Steensma (86): „Ik was er het eerst bij"

Vijftig jaar geleden was er geen stad van betekenis of er moest een vliegfeest gehouden worden. Het was het jaar van de Europese rondvlucht waar Soesterberg ook bij ingeschakeld was en in ellenlange artikelen vermeldde iedere courant hoe de prestaties waren van reuzen als Le Lasseur, Gilbert, Vidart, Weyman, Kimmerling, Train, Wijnmalen, Vedrines, Tabuteau, Provost, d'Hespel en Barra, om maar enkelen dier groten te noemen. Leeuwarden kreeg natuurlijk ook een vliegfeest, dat gekoppeld werd aan andere feestelijkheden zoals sportmanifestaties en optochten. De Wilhelminabaan werd het oord waar duizenden zich verdrongen om op de dagen tussen 12 en 16 juli vier koene luchtrijders hun adembenemende tochten door het rijk der vogels te zien maken: de Belg John Max Olieslagers met zijn monoplan Blériot, Rene Cozic met een biplan Voisin uit Frankrijk, de Rotterdammer Jan van Bussel in een „groot model eendekker" en Koning in zijn biplan-monoplan Goupy, zeven meter breed, zes meter lang en met - als bijzonderheid in deze periode - de Gnóme motor voorin. Onze collega uit 1911, wiens pen menige lyrische beschrijving van het machtig gebeuren gaf, deelde over de besturing van de, Goupy mee, dat „de bewegingsapparaten allen in een centrum samenkomen en alleen en met de hand instinctief bewogen worden." Wat dat geweest mag zijn, is ons niet duidelijk, maar het klonk opwindend.

Demonstraties

Even opwindend waren de vluchten der heren. Minutenlang zweefden en draaiden zij rond op hoogten van 175 en 200 meter, hoorden hun volksliederen spelen, kregen kransen en zoenen van ontroerde dames, hoorden toespraken en liepen als pauwen rond vanwege hun moed, kunde en doorzettingsvermogen. Alles ging goed op één naar incident na toen bij de start Olieslagers machine door een rukwind het publiek werd ingesmeten. Er waren vier gewonden van wie een zeer ernstig. Een noodlanding even ten westen van de stad door Van Bussel en een mislukte landing door Koning op de Wilhelminabaan, waarbij de schrik groter was dan de schade, vielen bij het ongeluk met de Blériot in het niet. Toch was iedereen tevreden en opgetogen toen het feest afgelopen was. Er was gevlogen en hoe!

Overlandvlucht

Koning liet het niet bij het demonstratievliegen boven de stad. Hij kondigde aan, dat hij vervolgens een overlandvlucht naar Helpman zou maken, vergezeld van zijn Franse mecanicien A. Ladougne. De Groninger nam met zo'n trip natuurlijk een onbekend risico, want de vliegtuigen in die tijd waren in staat om op elk moment de gekste kuren te vertonen, doch hij trok zich van zulke slechte kansen niet veel aan. Had hij niet al eens met twee passagiers gevlogen? En stond op zijn naam ook al niet een overlandvlucht boven Frankrijk? Welnu, op naar Groningen -in drie kwartier met een vaart van 80 km per uur!

Dinsdagavond vertrok een auto (topsnelheid 55 km per uur) om kwart voor zeven in oostelijke richting. Deze helpers zouden bij Hardegarijp wachtten tot zij de Goupy zagen verschijnen en dan full-speed doortuffen naar het eindpunt, onderwijl Koning & Co zoveel mogelijk in het oog houdend. Het vliegtuigje starte om zes over half zeven van de Wilhelminabaan, nagewuifd door honderden Leeuwarders buiten de hekken en door een groepje officials op het terrein terwijl de voornoemde verslaggever bij zich zelf zei: „Goede reis, luchtvaarders!" Ze hadden die wens wel nodig, want prompt begon de Gnóme te kuchen en even later stond de Goupy weer op het veld en begon Ladougne te sleutelen om het euvel te herstellen. Het lukte de man en voor de tweede maal ging het duo de lucht in. Ditmaal hield de machine zich beter.

Precies drie minuten voor zeven zette het fragiele machientje koers naar het oosten terwijl bij Hardegarijp de ongeruste supporters in de auto een telegram bij het spoorstation afgaven waarin werd gevraagd of er een kink in de kabel was gekomen

Om ongeveer tien minuten over acht zaten Koning en Ladougne in de buurt van Veenwouden toen de motor „zijn zware zang van sterke machine" stopte en met geen mogelijkheid meer aan de praat was te krijgen.

Plat in de boot!

„Ik was bezig bij mijn dichtzetting in het Zooltje" vertelde de heer Steensma „Want ik was in die tijd visserman en was met m'n jongen naar de boot toe om het spul klaar te maken. Dat Zooltje is er nu niet meer. Dat lag in het Buitenveld en dat hebben ze helemaal droog gelegd. En opeens was er een andere visserman, dat was een zekere Bijlsma en die was een heel eind verder, en die riep: Daar kómen ze! Want we wisten uit de krant natuurlijk, dat Koning naar Groningen zou vliegen. Daar letten we dus wel op. En daar kwam hij en steeds lager, steeds lager. Ik zei tegen de jongen: „Plat in de boot", al konden we de motor nog wel horen toen. D'r was iets aan de hand, dat vernam je wel. En m'n jongen, die was zo'n jaar of negen toen, die werd bang en pakte m'n hand, maar ik zag dat het vliegtuig draaide, vlak langs de Veenwoudster vaart ging en op een mooie rechte akker af. Och heden, hij wist niet, dat er een diepe greppel, wel zo'n anderhalve meter diep, dwars doorheen liep en dat zag hij te laat. Hij kwam op de grond neer en reed zo de greppel in, zo'n beetje scheef en de staart omhoog en m'n jongen en ik er heen, zo hard we konden - en toen waren we het eerst er bij. Maar Koning en die Fransman waren ongedeerd".

Feest

Waar al die mensen vandaan kwamen was velen een raadsel. Binnen een kwartier liepen honderden nieuwsgierigen rond de vernielde Goupy. Sommigen waren zo opgewonden geweest, dat ze door geen sloot, niet door het Zooltje en zelfs niet door de vrij brede Veenwoudstervaart tegen te houden waren geweest. Ze waren tot hun nek in het kroos gedoken doch waren zo begerig om het wonder te zien, dat ze hun natte pak er met liefde voor over hadden. Op een platte wagen werd de toegetakelde Goupy naar het dorp gereden en gestald in de schuur bij het café Plantinga. Koning schonk zijn zwaar beschadigde propeller aan de cafehoudster, die het souvenir aan de zolder hing, waar het nu nog zijn opschrift toont: „Herinnering van ons ongeluk op den 19 juli 1911 te Veenwouden - S. Koning - A. Ladougne" Tientallen luchtvaartbewonderaars maakten van de sensatie een uitje en organiseerden in het café een groot feest, dat de sterkste plakkers tot diep in de nacht in actie hield. Er zijn nog wel senioren in het dorp, die zich, evenals de heer Steensma, deze bijzondere avond nog best herinneren. Of de Goupy op korte termijn weer kon vliegen is ons niet bekend. De Leeuwarder Courant vermeldde over de kraak, dat een vleugel en de schroef beschadigd werden, dat een der wielen was ingedrukt en het chassis verwrongen was.

Maar zulke akkefietjes behoorden in die tijd tot de gewone pechgevallen der luchtschippers. Het pionierschap gaf roem en verdiensten maar stelde zijn eisen en mannen als Koning en de zijnen waren ten alle tijde bereid die ruil aan te gaan.

„Hij kwam van links, maakte een linkerbocht en daalde zo rechtuit op die akker daar". De heer B. Steensma aan de rand van het veld waar een halve eeuw geleden Sieb Koning de buurt op stelten zette. (Red. bijschrift foto)

Beroemde Sieb maakt bij Veenwouden noodlanding


  Pagina terug   Meer publicaties

  Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2022.

  De afbeelding van het artikel kan grafisch bewerkt zijn om de weergave op deze pagina mogelijk, of beter te maken.

  Actieve auteursrechten, toestemming voor publicatie ontvangen.